In gesprek met...

Bij de laatste controle in de tandartspraktijk bracht u ter sprake dat het eten, het kauwen en het slikken langzamer gaat, dat dat dus meer moeite kost. Stel dat u zou merken dat het tandenpoetsen door de Parkinson echt moeilijk, problematisch wordt, zou u dan hulp durven vragen?


Meneer Pieterse geeft toe dat sommige dingen zijn moeilijk, ja. Dat geldt soms ook voor het tandenpoetsen. Maar ik zou het wel durven vragen. Waarop zijn vrouw zich afvraagt of hij het wel op tijd zal vragen.


En het zou ook omgekeerd kunnen zijn. Dat het u opvalt dat meneer minder met de tanden bezig is of dat het ruikt? Durft u het dan tegen hem te zeggen?


Mevrouw Pieterse geeft aan dat ze het wel durft te zeggen, maar het ook altijd wel moeilijk vindt. Haar man reageert verbaasd: 'Durf je het niet altijd te zeggen?' Waarop zijn vrouw toegeeft dat het niet gemakkelijk is, maar dat ze het echt wel zal zeggen als het niet meer zo goed gaat. Omdat ze het belangrijk vindt dat hij er goed verzorgd uitziet. Of het nu om de kinderen is, of als er mensen langs komen.


Er zijn ook echtparen die daar anders in staan, die het moeilijk vinden om de partner te betrekken in de zorg. Misschien omdat dat voelt alsof je een stukje van de autonomie verliest. Zij schakelen dan liever iemand van buiten daarvoor in. Dat kan ook, het is maar net hoe iedereen dat zelf beleeft.


Vindt u dat de materialen, die te vinden zijn op de website van De Mond Niet Vergeten! kunnen ondersteunen bij het op pijl houden van de dagelijkse mondverzorging?


Mevrouw Pieterse antwoordt als eerste. Dat poetsboek lijkt me goed! Ik denk dat ook mensen in de zorg, die dus bij ouderen moeten gaan poetsen, hier baat bij hebben. Tandenpoetsen bij kinderen is al moeilijk, bij ouderen lijkt het mij nog moeilijker. Ik vind het zelf ook niet makkelijk om bij een ander goed te poetsen. Je merkt het bij het poetsen van de kinderen, maar ik denk dat ik hetzelfde zal hebben als ik bijvoorbeeld bij jouw moeder of mijn moeder de tanden zou poetsen. Dat is niet makkelijk, dat doe je toch niet eventjes.


Wat denkt u dat er nodig zal zijn om ouderen in het algemeen meer bewust te maken van het belang van een gezonde mond?


Ik denk dat de tandarts, zegt mevrouw Pieterse, bij iedere controle nog eens zou kunnen vragen ‘Kunt u eens uitleggen hoe u poetst?’ of ‘Hoe vaak poetst u?’. Het zal je verbazen hoeveel mensen maar 1 keer per dag poetsen.


Hebt u het met generatiegenoten over mondgezondheid? Of zit daar een taboe op?


Mevrouw en haar man: Nee, we praten er eigenlijk niet zo over. Meneer Pieterse vervolgt: Maar je zegt ook niet zo gauw tegen iemand, als iemand slechte tanden zou hebben: ‘Zeg daar kun je wat aan laten doen, hoor!’. Waarna zijn vrouw aanvult: Ik zie soms posters in de lift hangen van een verpleeghuis. Dat helpt, waardoor iedereen er weer even aan denkt. De ouderen zelf of de kinderen kunnen dan bedenken: ‘Hoe zit dat met moeder of vader?’. Ook de huisarts die heeft zo’n televisiescherm hangen in de praktijk en dan komen af en toe van die reclamedingen voorbij. Je zit toch te wachten, ook bij de apotheek. Haar man noemt het een bewustwordingsmoment. Als je dan iets voorbij ziet komen over mondzorg, denk je ‘Oh ja, hoe zit dat eigenlijk?’.


U heeft mij wel eens verteld dat uw moeder nog haar natuurlijke gebit heeft. Poetst ze nog zelf en dagelijks en is het een onderdeel van het zorgplan van de thuiszorg?


Meneer Pieterse: Ja ze heeft haar eigen tanden en kiezen nog en ze verliest ze niet uit het oog! Dat blijft belangrijk voor haar. Dat zit er zo in gesleten. Ze poetst nog zelf, maar eerlijk gezegd, denk ik dat er nooit gevraagd is ‘Poetst u uw tanden?’, terwijl er wel gevraagd wordt ‘Bent u onder de douche geweest?’.


En zou u daarnaar durven vragen? Of bent u bang dat u een sociaal wenselijk antwoord krijgt?


Mevrouw Pieterse: ja, dat kan ik zeker wel vragen en mijn schoonmoeder vindt dat helemaal niet erg. Regelmatig komt de thuiszorg langs. Maar ze wil geen plannetje maken over de mondzorg, dat laat ze niet toe.


We zien in andere situaties dat de thuiszorg in eerste instantie begint met helpen herinneren. Het hangt er ook een beetje vanaf hoe je het brengt. Bijvoorbeeld ‘Zal ik het licht van de badkamer alvast aan doen?’ Dat kan helpen om iemand al een beetje die kant op te bewegen. Vervolgens ‘Welke tandpasta wilt u vandaag?’. Zo gaat dat vaak wanneer bij iemand het geheugen achteruitgaat. Iemand kan het gebit heel belangrijk vinden, maar op een gegeven moment wordt toch ook het tandenpoetsen vergeten. De persoon zegt dan vaak ‘Dat doe ik allemaal zelf, daar wil ik niet mee geholpen worden!’. En dan zo langzamerhand wordt het toch niet gedaan en gaat de mondgezondheid achteruit en dat is nou eigenlijk precies wat mevrouw zelf helemaal niet wil, maar waar het wel op uitdraait.


Mevrouw Pieterse: precies, zo gaat dat bij haar. Wie weet kunnen we de thuiszorg vragen die rol te spelen.


Bezoekt uw (schoon)moeder nog de tandarts? En zou het helpen als de tandarts voor controle aan huis zou komen?


Mevrouw Pieterse: Nee, dat is er al een tijdje niet van gekomen. Nou eigenlijk weet ik het ook wel en dan ga ik me een beetje schuldig voelen. En ik weet dat ik me daar niet schuldig over hoef te voelen, maar weet je, ik merk wel dat ik het voor me uitschuif, terwijl ze laatst al die kaartjes uit haar portemonnee haalde, toen zat er ook weer zo’n tandartskaartje tussen. Volgens mij zit dat bij haar huisarts daar. Maar dat is dan weer iets dat ik moet organiseren, daar zie ik wel een beetje tegenop. Ik denk dat als een tandarts meekomt met de thuiszorg, dat mijn moeder daar wel voor openstaat, zegt haar man vervolgens. In de trend van ‘De tandarts komt ook even mee’.


Het project heeft tot doel eind volgend jaar 100.000 monden van ouderen gezonder te hebben gemaakt. De eerste mond is gered, hoor ik!


Mevrouw en meneer Pieterse: 'We doen ons best!'